Bij chlamydia heb je meer (of andere) afscheiding uit je penis, vagina of anus. Soms heb je ook een branderig gevoel bij het plassen, pijn in de onderbuik of pijn bij het vrijen.
Maar meestal merk je niet dat je chlamydia hebt. Daarom wordt deze soa ook wel de ‘sluiper‘ genoemd. Vooral meisjes hebben vaak geen duidelijke klachten. Van chlamydia kun je zonder behandeling een eileiderontsteking of bijbalontsteking krijgen. Soms kun je er zelfs onvruchtbaar van worden. Chlamydia-infectie is een soa (seksueel overdraagbare aandoening), die veel voorkomt. Chlamydia wordt veroorzaakt door een bacterie, die zich nestelt in de slijmvliezen van de geslachtsdelen. Hierdoor kan een ontsteking ontstaan van de urinebuis, van de anus en van de baarmoedermond. Bij een infectie in de anus zijn er meestal geen klachten. Soms is er wat bloederige afscheiding, irritatie, jeuk en pijn bij de ontlasting.
Verschijnselen bij de vrouw
Als vrouw merk je vaak niets van chlamydia. Er zijn dan helemaal geen of alleen vage klachten. Daardoor kan het gebeuren dat je lang blijft doorlopen met chlamydia, soms wel jaren. Ondertussen kun je de ziekte ongemerkt doorgeven. Verschijnselen, die op chlamydia kunnen wijzen, zijn:
- meer of andere afscheiding dan normaal
- pijn bij het plassen
- abnormaal bloedverlies, bijvoorbeeld tussen twee menstruatieperioden of na het vrijen
- pijn bij het vrijen
- pijn in de onderbuik
Als je onveilig hebt gevreeën en/of last hebt van één of meer van deze klachten, ga dan onmiddellijk naar een arts.
Mogelijke gevolgen bij de vrouw
Chlamydia kan opstijgen naar de eileiders. Er ontstaat dan een eileiderontsteking, die zich kan uitbreiden naar de buikholte. Dit heet PID (Pelvic Inflammatory Disease: ontsteking in het bekkengebied). Een eileiderontsteking kan gepaard gaan met koorts. Je voelt je ziek en hebt pijn in de onderbuik. Door een snelle en goede behandeling (antibiotica en bedrust) kan een eileiderontsteking volledig genezen. Een eileiderontsteking, die niet of te laat wordt behandeld, veroorzaakt littekens in de eileiders. Hierdoor kan de eileider verstopt raken. Dit kan leiden tot onvruchtbaarheid of buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Een zwangere vrouw kan chlamydia tijdens de bevalling overdragen aan de baby. De baby kan dan oogontsteking of longontsteking krijgen. Door een goede behandeling tijdens de zwangerschap voorkom je het risico voor de baby.
Verschijnselen bij de man
Mannen krijgen vaak één tot enkele weken, nadat ze met chlamydia zijn geïnfecteerd, afscheiding uit de plasbuis. Dat hoeft niet veel te zijn. Meestal gaat het alleen om een beetje waterige afscheiding na het opstaan (ochtenddruppel). Ook kan het plassen wat pijnlijk zijn. Circa 1/4 van de besmette mannen heeft helemaal geen klachten van een chlamydia-infectie. Ook zonder (deze) klachten kan de ziekte doorgegeven worden.
Mogelijke gevolgen bij de man
Ook bij mannen kan de ontsteking opstijgen. Dit komt veel minder vaak voor dan bij vrouwen. De bacteriën kunnen via de zaadleiders terechtkomen in de prostaat en de bijbal. Dit kan leiden tot een bijbalontsteking. Dat geeft heftige pijn in de balzak (scrotum), soms uitstralend naar de lies. Je voelt een zwelling in de balzak. Soms kan een ontsteking van de bijbal een ontsteking van de bal zelf veroorzaken. Ook dit veroorzaakt zwelling en pijn. Een ontsteking van de prostaat kan gepaard gaan met koorts.
Bij genitale wratten heb je wratjes op of rond de penis, vagina of anus. Het vervelende van deze soa is dat de wratjes zich kunnen uitbreiden en soms na genezing weer terugkomen. Genitale wratten zijn wratten op of rond de geslachtsdelen (of de anus).
Genitale wratten worden bijna altijd overgedragen door onveilig vrijen. Het duurt soms enkele weken tot zelfs meer dan een jaar voordat de eerste wratten ontstaan.
Jeuk
Vaak zijn er eerst enkele kleine wratten die groter worden en zich uitbreiden. Ze doen geen pijn, maar kunnen jeuken. Omdat de wratten soms binnenin zitten (b.v. in je vagina of anus), merk je soms niet dat je ze hebt.
Moeilijk weg te krijgen
Genitale wratten zijn onschuldig. Maar helaas zijn ze soms moeilijk weg te krijgen en kunnen ze zich snel uitbreiden. Je kunt de wratten ook krijgen door een bijvoorbeeld een handdoek of washand van iemand te gebruiken die genitale wratten heeft.
Behandeling
De wratten zitten meestal op en rond de geslachtsdelen en in de bilspleet. Soms zitten ze in de mond. De wratten kunnen vanzelf verdwijnen. Toch is behandeling aan te raden. Het virus blijft namelijk in je lichaam zitten. Daardoor kunnen de wratten ook na behandeling weer terugkomen. Hoe eerder je wordt behandeld, hoe kleiner de kans is dat de wratten terugkomen.
Net als gewone wratten op de handen en voeten bij kinderen zijn genitale wratten bij volwassenen ook overdraagbaar, in dit geval door seksueel contact. Er is dus sprake van een soa (seksueel overdraagbare aandoening). Wratten op de geslachtsdelen en rond de anus komen veel voor en kunnen heel hinderlijk zijn. Ze zijn weliswaar onschuldig, maar soms zeer hardnekkig en ze kunnen zich snel uitbreiden. De veroorzaker van de wratten is een virus, dat bijna altijd wordt overgebracht door seksueel contact. Je kunt de wratten ook krijgen door gebruik te maken van bijvoorbeeld een handdoek of washand van iemand die genitale wratten heeft. Of ze kunnen bij de stoelgang door de eigen vingers worden overgebracht naar rond de anus. De wratten zitten meestal op en rond de geslachtsdelen en de bilspleet. Een heel enkele keer zitten ze in de mond.
Verschijnselen bij mannen en vrouwen
Genitale wratten ontstaan enkele weken tot zelfs meer dan een jaar na infectie met het wratvirus. Bij vrouwen zitten de wratten op of rond de schaamlippen, in de vagina of op de baarmoedermond. Bij mannen op en rond de penis. Bij mannen en vrouwen in of rond de anus. Vaak zijn er eerst enkele kleine wratten die groter worden en zich uitbreiden. Ze doen geen pijn, maar kunnen soms jeuken. Bij vrouwen kunnen de klachten erger worden tijdens de menstruatie of de zwangerschap. Je kunt genitale wratten hebben zonder dat je het weet, omdat je ze soms moeilijk zelf kunt ontdekken. Bij vrouwen kunnen ze inwendig zitten en daardoor onopgemerkt blijven. De wratten kunnen vanzelf verdwijnen. Toch is behandeling aan te raden.
Mogelijke gevolgen bij mannen en vrouwen
Genitale wratten kunnen zich uitbreiden. Om dat te voorkomen, is een snelle behandeling belangrijk. Als je langer wacht en het aantal wratten zich uitbreidt, neemt de behandelingsduur toe. Het virus dat wratten veroorzaakt heet HPV (Humaan Papillomavirus). Sommige typen van dit virus zijn geassocieerd met baarmoederhalskanker. Genitale wratten worden net als gewone wratten veroorzaakt door andere typen HPV. Deze typen zijn goedaardig en hebben niets te maken met baarmoederhalskanker. Lang niet iedereen die besmet raakt met het wratvirus, zal zichtbare wratten ontwikkelen. Het is voor vrouwen boven de dertig wel aan te raden mee te doen aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Je krijgt daar vanzelf een oproep voor. Overleg dit zonodig met je arts.
Onderzoek
De arts zal de wratten goed bekijken en eventueel aanvullend onderzoek doen om na te gaan of er sprake is van andere soa.
Behandeling
De behandeling is intensief en kan uitgevoerd worden door jou of door de arts. Je kunt zelf de wratten behandelen door het regelmatig, een aantal dagen per week, aanbrengen van een crème of een vloeistof. De arts kan de wratten bevriezen, wegschroeien of chirurgisch wegsnijden. Dat laatste gebeurt met name als het er veel zijn (trossen), uiteraard onder verdoving. Na behandeling kunnen de wratten terugkeren. Tijdens de zwangerschap kunnen sommige behandelingen gevaarlijk zijn voor het ongeboren kind, dus is de arts heel zorgvuldig in de keuze van de behandelingsmethode. Soms wacht de arts met behandelen.
Bij herpes heb je blaasjes, zweertjes of rode plekjes rond of in de geslachtsdelen of anus. Soms heb je een branderig gevoel rond de geslachtsdelen of pijn bij het plassen. Helaas kunnen de blaasjes na behandeling soms nog terugkomen.
Herpes genitalis is een soa (seksueel overdraagbare aandoening) die wordt veroorzaakt door een virus. Dat is in de meeste gevallen het herpes-simplextype- 2-virus (HSV-2). Het virus veroorzaakt een infectie van de huid en de slijmvliezen in en rond de geslachtsdelen.
Behalve herpes genitalis zijn er nog andere vormen van herpes, die ook infecties van huid en slijmvliezen veroorzaken, maar op andere delen van het lichaam. De meest voorkomende herpesinfectie is herpes labialis, de bekende koortslip. Herpes labialis wordt meestal veroorzaakt door het herpes-simplex- type-1-virus (HSV-1). Vaak vindt besmetting met dit virus al in de kinderjaren plaats. De infectie verloopt vaak zonder veel klachten en gaat ongemerkt voorbij. Bij verminderde weerstand kan er een koortslip ontstaan. In een enkel geval kan HSV-1 ook herpes genitalis veroorzaken. Vaak gebeurt dat via orale seks, waarbij met de mond de geslachtsdelen worden aangeraakt (pijpen of beffen). Andere herpesinfecties zijn gordelroos (herpes zoster) en de ziekte van Pfeiffer.
Deze pagina heeft alleen betrekking op herpes genitalis, een herpesinfectie van de geslachtsdelen (genitaliën).
De overdracht
Besmetting met herpes genitalis kan alleen door intiem seksueel contact tussen personen, van wie de één herpes heeft en de ander niet. Daarom is herpes genitalis een soa. Je kunt geen herpes genitalis krijgen als je alleen maar 'in de buurt' bent van iemand die herpes heeft. Je móet met de uitslag op de huid of het slijmvlies van mond, penis, vagina of anus in aanraking komen om besmet te worden. Het besmettingsgevaar is het grootst rond het moment dat iemand blaasjes of zweertjes heeft.
Verschijnselen
Als je een herpesinfectie hebt opgelopen, kun je binnen ongeveer een week de eerste klachten krijgen. Vaak is er sprake van jeuk en een geïrriteerd, branderig en/of pijnlijk gevoel. Er ontstaan rode plekjes op de huid of slijmvliezen. Na één tot anderhalve dag worden dan blaasjes of zweertjes zichtbaar. Meestal op of rondom de penis, de schaamlippen, de ingang van de vagina of rond de anus. Soms komen deze verschijnselen ook binnen in de vagina, op de baarmoedermond of in de anus voor. De blaasjes en wondjes zijn dan niet goed te zien. De ernst van de klachten is per persoon verschillend. Eerste aanvallen kunnen gepaard gaan met pijn, koorts, opgezette klieren in de liezen en soms afscheiding uit de vagina. Vooral vrouwen hebben dan vaak pijn bij het plassen. Na anaal contact (kontneuken) met iemand die herpes heeft, kan een ontsteking van de endeldarm ontstaan. Dit gaat soms samen met bloedof slijmverlies en pijn bij de ontlasting. De blaasjes en zweertjes drogen na ongeveer drie weken weer in en genezen meestal zonder littekens. Het is mogelijk de herpesinfectie via de eigen vingers over te brengen naar een ander deel van het lichaam zoals de ogen. Ook kun je op deze manier een herpesinfectie aan één of meer vingers krijgen. Daarom wordt aangeraden, het ontstoken gedeelte met blaasjes en zweertjes zo min mogelijk aan te raken en de handen na eventueel contact altijd goed te wassen.
Terugkerende aanvallen
Als de klachten van de eerste infectie verdwenen zijn, lijkt het of het herpesvirus uit het lichaam is verdwenen. Dat is helaas niet zo. Het virus heeft zich namelijk uit de huid teruggetrokken in een zenuwknoop. Daar blijft het in sluimerende toestand aanwezig. Het virus kan zich echter opnieuw vermenigvuldigen en weer blaasjes op huid of slijmvliezen veroorzaken. Denk maar aan een koortslip die ook regelmatig kan terugkeren. Hoe vaak een aanval terugkomt, is niet te zeggen. De ene persoon heeft bijna iedere maand een aanval van herpes genitalis, anderen zelden of nooit meer. Dat is dus voor iedereen anders.
Terugkerende aanvallen verlopen in het algemeen minder ernstig dan de eerste aanval. Het is onbekend waarom de aanvallen bij de ene persoon vaak terugkomen en bij de ander maar af en toe of zelfs nooit. Wel is bekend dat een goede algemene conditie belangrijk is. Aanvallen treden voornamelijk op in situaties waarin het afweersysteem minder goed werkt. Bijvoorbeeld vlak voor de menstruatie of tijdens een griepaanval. Maar ook stress geeft een verhoogde kans op aanvallen.
Complicaties
Als het afweersysteem erg verzwakt is, kan een herpes genitalis-infectie veel ernstiger verlopen en langduriger zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als je een hiv-infectie hebt of als je geneesmiddelen gebruikt tegen afstotingsverschijnselen. Bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie.
Zwangerschap
Als je herpes genitalis hebt gehad, kun je gewoon zwanger worden. Het is wel erg belangrijk dat je het aan de controlerende huisarts, verloskundige of gynaecoloog vertelt. Het risico op besmetting van je kind tijdens de bevalling is héél erg klein. Je kunt dus gewoon vaginaal bevallen. Soms wordt voor alle zekerheid na de bevalling bij het kind nader onderzoek gedaan naar aanwezigheid van het herpesvirus. Alleen als je in de laatste maand van de zwangerschap voor het eerst een herpesinfectie oploopt is er risico voor het kind en wordt een keizersnede overwogen.
Naar de arts
Als je vermoedt dat je herpes genitalis hebt, is het belangrijk zo snel mogelijk naar een arts te gaan. Deze kan vaststellen of je inderdaad een herpesinfectie hebt. Vanwege het besmettingsgevaar is het voor jou en je partner(s) van belang om te weten of het om een soa gaat. Bovendien kan de arts, als je je tijdig laat onderzoeken, een middel voorschrijven dat de duur van de aanval kan bekorten en de ernst kan verminderen.
Het onderzoek
Voorafgaand aan het onderzoek zal de arts een aantal vragen stellen over lichamelijke klachten en andere verschijnselen, (on)veilig seksueel contact en mogelijke besmetting van of door je partner(s).
Tijdens het lichamelijk onderzoek worden ook de geslachtsdelen bekeken. Bij vrouwen wordt inwendig onderzoek van de vagina verricht met behulp van een speculum (een z.g. eendenbek). Bij bepaalde klachten zal de arts ook via de anus in de endeldarm kijken. Hierbij wordt een proctoscoop (kijkbuis) gebruikt. Inwendig onderzoek is niet prettig, maar kan noodzakelijk zijn. Om een zekere diagnose te stellen wordt meestal vocht uit de blaasjes of zweertjes afgenomen en voor onderzoek naar het laboratorium gestuurd. Soms wordt voor alle zekerheid ook onderzocht of je een andere soa hebt.
De behandeling
Er bestaat geen geneesmiddel dat het herpesvirus helemaal uit het lichaam laat verdwijnen. Daarom kan het virus steeds weer de kop op steken. Een goede lichamelijke en geestelijke conditie draagt bij aan vermindering van het aantal aanvallen. Pijnstillende middelen zijn zelden nodig. Het gebruik van gewone crèmes heeft meestal niet al te veel effect.
Er zijn wel middelen beschikbaar die effect hebben op de duur van de aanvallen, zoals valaciclovir (Zelitrex™), aciclovir (Zovirax™) en famciclovir (Famvir™). Deze stoffen remmen de vermenigvuldiging van het virus in het lichaam en voorkomen daardoor verdere uitbreiding van de aanval. De ernst van de klachten vermindert en de duur van de aanval wordt verkort. Het is wel belangrijk dat je zo snel mogelijk na het begin van de aanval begint met de behandeling. De middelen zijn op doktersrecept verkrijgbaar. De dosering is afhankelijk van de klachten en van het aantal aanvallen per jaar.
Er is een aantal mogelijkheden:
- Behandeling van acute aanvallen. Gedurende vijf dagen meer keren per dag een tablet. Met name de eerste aanval kan heftig verlopen
- Bij vaak terugkerende en/of ernstige aanvallen kan je gedurende een lange periode dagelijks tabletten slikken (onderhoudsdosering). Momenteel zijn alleen valaciclovir (Zelitrex™), 1 keer per dag een tablet, en aciclovir (Zovirax™), 2 keer per dag een tablet, geregistreerd voor dit type behandeling. Valaciclovir (ZelitrexT) en penciclovir intraveneus (Famvir™ i.v.) zijn ook geregistreerd bij de behandeling van herpes genitalis bij hiv-geïnfecteerde patiënten.
- Het kan handig zijn altijd (een recept voor) een kuur voor enkele dagen bij de hand te hebben en met het innemen van de tabletten te beginnen bij de eerste verschijnselen van een aanval. Voor een goede behandeling is het belangrijk dat de arts weet hoe vaak je een aanval van herpes genitalis hebt en hoe ernstig de aanvallen zijn. Als het afweersysteem is verzwakt, zoals bijvoorbeeld bij een hiv-infectie, is de bovenstaande behandeling niet altijd toereikend. Soms moet dan langer worden behandeld of krijg je een hogere dosering. Als je openhartig spreekt over je problemen als gevolg van herpes, is de arts beter in staat om goede informatie te geven.
Informeren van partner(s)
Bij een vaste partner is het zeker aan te raden de herpesinfectie te bespreken. Het kan zijn dat de partner al eerder geïnfecteerd is in de huidige of een eerdere sexuele relatie zonder daar klachten van te hebben gehad. Bij losse of wisselende partners wordt informeren of waarschuwen niet als strikt noodzakelijk gezien. Als je weet van wie je mogelijk de herpesinfectie hebt gekregen, is het goed om hem of haar te informeren. Dit kan namelijk helpen bij het beperken van de verdere verspreiding van het virus.
Voorkomen van besmetting
- Als jij of je partner een aanval van herpes doormaakt (dat wil zeggen: klachten en verschijnselen hebt/heeft), is het beter om geen geslachtsgemeenschap te hebben. Als je toch geslachtsgemeenschap hebt, gebruik dan een (vrouwen)condoom.
- Het is beter geen orale seks (pijpen of beffen) te hebben als jij of je partner een koortslip hebt/heeft of als er op de penis of schaamlippen, of rond de anus verschijnselen van herpes genitalis zijn.
- Vermijd zoveel mogelijk om de blaasjes aan te raken. Door de geslachtsdelen van een partner die een aanval van herpes genitalis heeft aan te raken, kan besmetting plaatsvinden als je daarna met de handen aan de eigen geslachtsdelen komt.
Er is geen volledige bescherming tegen besmetting met herpes genitalis. Ook niet als je weet dat je partner geïnfecteerd is met het virus en je voorzorgsmaatregelen treft. Je kunt bijvoorbeeld een herpesinfectie hebben zonder dat je zelf klachten hebt. Er zijn dan geen blaasjes of rode plekjes, maar je kan wel besmettelijk zijn voor anderen. Je kunt het virus ook ongemerkt overdragen omdat de blaasjes op plaatsen zitten waar je ze niet (goed) kunt zien, bijvoorbeeld op de baarmoedermond of in de anus. Omdat een condoom de geslachtsdelen nooit helemaal bedekt, is besmetting ook mogelijk als de blaasjes buiten de condoomrand zitten. Door zorgvuldig te handelen en beschermd te vrijen, kun je de kans op een herpesinfectie wel sterk verminderen.
Leren leven met herpes
Herpes genitalis is een soa, die vaak schuldgevoelens oproept. Ook gevoelens van spijt, woede en schaamte kunnen naar boven komen. Deze gevoelens worden vaak nog versterkt door het feit dat de aanvallen terug kunnen komen en het herpesvirus niet uit je lichaam verdwijnt. Meestal treedt op den duur berusting op en leer je er rekening mee te houden dat de aanvallen terug kunnen keren. Soms vermindert of verdwijnt door de jaren heen het aantal aanvallen. Naast het lichamelijk ongemak kan een herpesinfectie ook problemen in je relatie veroorzaken. Je kunt besmet zijn geraakt binnen de huidige of voorgaande seksuele relaties. In beide gevallen kan dit leiden tot spanningen tussen jou en je partner. Begrip voor de (emotionele) reactie van de ander is belangrijk en erover praten op een eerlijke en open manier is nog altijd het beste. Ook al is dat pijnlijk voor jezelf of de ander.
Het is van belang dat jij en je partner(s) weten dat alleen de eerste aanval van herpes genitalis wordt veroorzaakt door seksueel contact. Elke volgende aanval komt tot stand vanuit het lichaam zelf, omdat het virus weer de kop opsteekt. Weliswaar zijn die volgende aanvallen meestal minder hevig, herpes genitalis blijft een vervelende aandoening, die niet volledig te genezen is. Je moet ermee leren leven. Mensen met herpes genitalis vinden het soms lastig een nieuwe relatie te beginnen. Ook dit kun je met je arts of de sociaal verpleegkundige bij de GGD bespreken. Zij kunnen wellicht helpen de barrières te overwinnen en je leren omgaan met het risico van besmetting. Ook kun je contact opnemen met het HISO, de patiëntenvereniging voor mensen met herpes.
Suggesties en tips
- Als je denkt dat je herpes genitalis hebt, ga dan onmiddellijk naar de huisarts.
- Probeer de arts zo open en volledig mogelijk over je situatie te informeren.
- Het is voor de arts belangrijk te weten hoe vaak je aanvallen hebt en hoe je de aanvallen ervaart. Ook eventuele problemen met de partner als gevolg van herpes kun je met de arts bespreken. . Probeer de persoon in te lichten door wie je vermoedelijk besmet bent. Hij of zij kan, na advies van een arts, (extra) maatregelen nemen om verdere verspreiding van het virus te beperken.
- Gedurende een aanval is geslachtsgemeenschap af te raden. Heb je wel geslachtsgemeenschap, gebruik dan in ieder geval een (vrouwen)condoom; dat biedt nog enige bescherming.
- Vermijd orale seks (pijpen of beffen) als er verschijnselen zijn van een koortslip of herpes genitalis.
- Omdat het herpesvirus ook kan worden overgedragen door zoenen, is het beter om niet te zoenen als één van beide partners verschijnselen van een koortslip heeft. Pas vooral op bij het knuffelen van baby's.
- Ook het aanraken van de geslachtsdelen van een partner met klachten en verschijnselen van herpes genitalis geeft risico op besmetting.
- Ben je zwanger en heb je herpes genitalis (of heb je dit ooit gehad), vertel dit dan aan de verloskundige, huisarts en/of gynaecoloog.
- Draag tijdens een aanval gemakkelijke kleding die zo min mogelijk irritatie veroorzaakt. Vermijd het dragen van strakke broeken.
- Besmette plaatsen alleen met water wassen en voorzichtig droogdeppen.
- Probeer stress-situaties te vermijden, omdat stress aanvallen stimuleert.
Bij gonorroe heb je meer (of andere) afscheiding uit je penis, vagina of anus. Soms heb je ook een branderig gevoel bij het plassen. Van gonorroe kun je een eileiderontsteking of bijbalontsteking krijgen. Zonder behandeling kun je er soms zelfs onvruchtbaar van worden!
Gonorroe (druiper) is een soa die vaak voorkomt. Als man merk je al vaak na een paar dagen tot twee weken dat je gonorroe hebt. Je hebt dan vaak last van een geelgroene of waterige afscheiding uit de plasbuis. Plassen kan pijn ook doen.
Infectie
Gonorroe kan een infectie veroorzaken in de vagina, penis en anus. Als je hebt gebeft of gepijpt kun je ook een gonorroe-infectie in je keel hebben.
Besmettelijk
Als je gonorroe niet laat behandelen, is het besmettelijk. Je kunt dus makkelijk iemand anders besmetten. Het is daarom belangrijk dat de partner(s) waarmee je onveilig hebt gevreeën, zich laten onderzoeken en eventueel behandelen.Gonorroe is eenvoudig te genezen, als je er op tijd bij bent.
Gonorroe is een soa (seksueel overdraagbare aandoening). De aandoening wordt veroorzaakt door een bacterie, die leeft op en in de slijmvliezen van de vagina, penis, anus, keel en ogen. Als gevolg van orale seks (beffen/pijpen) kunnen zowel mannen als vrouwen gonorroe in de keel hebben. Bij een infectie in de anus zijn er meestal geen klachten. Soms is er wat slijm, pusachtige afscheiding of bloed bij de ontlasting.
Verschijnselen bij de vrouw
Vrouwen hebben veelal geen klachten van gonorroe. Soms is er iets meer afscheiding dan normaal. Deze kan onaangenaam ruiken en ziet er anders uit (pus). Plassen kan pijn doen.
Mogelijke gevolgen bij de vrouw
Zonder behandeling kan gonorroe opstijgen via de baarmoeder naar de eileiders. Er ontstaat dan een eileiderontsteking, die zich kan uitbreiden naar de buikholte. Dit heet PID (Pelvic Inflammatory Disease: ontsteking in het bekkengebied). Een eileiderontsteking kan gepaard gaan met koorts. Je voelt je ziek en hebt pijn in de onderbuik. Door een snelle en goede behandeling (antibiotica en bedrust) kan een eileiderontsteking volledig genezen. Een eileiderontsteking die niet (goed) of te laat wordt behandeld, veroorzaakt littekens in de eileiders. Hierdoor kan de eileider verstopt raken. Dit kan leiden tot onvruchtbaarheid of een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Een zwangere vrouw kan gonorroe overdragen op haar baby. De ogen kunnen tijdens de bevalling in aanraking komen met de bacteriën in de vagina. Door een goede behandeling tijdens de zwangerschap wordt besmetting van de baby voorkomen.
Verschijnselen bij de man
Als man krijg je meestal enkele dagen tot twee weken na het oplopen van gonorroe de eerste klachten. Die bestaan uit pusachtige afscheiding uit de plasbuis, die vaak gelig of groenig van kleur is en een branderig of geïrriteerd gevoel bij het plassen. Ook moet je regelmatig kleine beetjes plassen. Soms zijn er helemaal geen klachten. Ook dan kan de ziekte overgedragen worden.
Mogelijke gevolgen bij de man
Ook bij mannen kan de ontsteking opstijgen. Dit komt minder vaak voor dan bij vrouwen. De bacteriën kunnen via de zaadleiders terechtkomen in de prostaat en de bijbal. Dit leidt soms tot een bijbalontsteking. Dat geeft heftige pijn in de balzak (scrotum), soms uitstralend naar de lies. In de balzak voel je een zwelling. De zaadstreng, die naar boven loopt, kan pijnlijk en gezwollen zijn. In een enkel geval kan een ontsteking van de bijbal een ontsteking van de bal veroorzaken. Dit geeft zwelling en pijn. Een ontsteking van de prostaat gaat gepaard met koorts en moeilijk en pijnlijk plassen. Bovendien geeft dit pijn in en rond de geslachtsorganen. De ontstekingen worden behandeld met medicijnen (antibiotica). Soms wordt ondersteunend ondergoed aangeraden, om de pijn te verlichten.
Klachten bij hepatitis B kunnen zijn: vermoeidheid, lusteloosheid, misselijkheid en buikpijn. Hepatitis B is de enige soa waar je je tegen kunt laten inenten. Als je hepatitis B hebt en je laat je niet behandelen, kun je een beschadiging aan je lever krijgen. Soms kun je leverkanker krijgen.
Hepatitis-B kan overgebracht worden door seksueel contact en kan dus een soa (seksueel overdraagbare aandoening) zijn. Hepatitis-B is een ernstige infectieziekte, veroorzaakt door het hepatitis-B-virus. Dit virus dringt de levercellen binnen en veroorzaakt daar een ontsteking. Afhankelijk van de ernst van de ontsteking treden meer of minder klachten op. Klachten kunnen ook geheel ontbreken. In de volksmond wordt hepatitis wel geelzucht genoemd. Geelzucht is echter het gevolg van een ontstoken lever. Dit komt ook voor bij andere ontstekingen van de lever, waarbij hepatitis- B niet de oorzaak is.
Hepatitis-B is zeer besmettelijk. Het virus bevindt zich in bloed. Maar ook in lichaamsvloeistoffen, zoals sperma en vaginaal vocht van patiënten en ‘dragers’. Bloed is het meest besmettelijk. Je kunt een hepatitis-B-infectie op een aantal manieren oplopen. De voornaamste zijn:
Seksueel contact:
bij die vormen van seksueel contact, waarbij de geslachtsdelen met elkaar in aanraking komen èn bij pijpen en likken van de geslachtsdelen. De kans op infectie is groter als er beschadigingen van het slijmvlies zijn (vaak onzichtbaar klein). Bijvoorbeeld als je al een andere soa hebt. Anaal seksueel contact geeft de meeste risico's, omdat slijmvliezen bij deze vorm van seks gemakkelijk beschadigd kunnen raken. Het risico van infectie bij geslachtsgemeenschap is groter tijdens de menstruatie.
Bloed-bloedcontact:
bij drugsgebruikers die elkaars spuiten of naalden gebruiken. Maar ook bij medisch personeel dat veel in aanraking komt met bloed en daarbij zelf een verwonding oploopt (bijvoorbeeld prikaccidenten met gebruikte naalden). En bij alledaagse zaken zoals het gezamenlijk gebruik van scheermesjes.
Besmetting tijdens de geboorte:
als de moeder het hepatitis- B-virus in het bloed heeft, is de kans groot dat ze het virus tijdens of vlak na de geboorte aan haar kind doorgeeft.
Verschijnselen bij mannen en vrouwen
Als je geïnfecteerd bent met het hepatitis-B-virus, merk je daar meestal weinig of niets van. Slechts één op de drie geïnfecteerden krijgt - twee weken tot zes maanden na het moment van infectie - klachten. Zoals: vermoeidheid, lusteloosheid, misselijkheid, buikpijn, jeuk. Soms ook gewrichts-pijn en koorts. Nadat de klachten zich geopenbaard hebben, kan geelzucht optreden. Het oogwit wordt geel. De huid soms ook. De urine wordt erg donker (als oude thee) en de ontlasting is erg licht (als stopverf).
De duur van de klachten is wisselend, van enkele weken tot maanden. Ook als alle klachten zijn verdwenen, kun je nog maanden moe blijven. Als het virus uit het lichaam verdwijnt, herstelt de lever zich van de ontsteking en verdwijnen de klachten. Dat gebeurt bij volwassenen in negen van de tien gevallen. Maar soms blijft de lever onstoken en blijven de klachten, vaak met tussenperioden, terugkeren. Dit wordt een chronische hepatitis-B genoemd. In 5-10% van de gevallen blijft het virus nog vele jaren, soms levenslang, in het lichaam aanwezig. Het lichaam maakt dan geen antistoffen die het virus onschadelijk maken. Iemand die het virus bij zich blijft dragen, noemen we een drager van het hepatitis-B-virus. Dragers kunnen zonder lichamelijke klachten door het leven gaan. Maar ze blijven wel besmettelijk en kunnen het virus dus doorgeven aan anderen
Mogelijke gevolgen bij mannen en vrouwen
Een chronische hepatitis-B-infectie kan blijvende gevolgen hebben. Alle hepatitis-B-dragers lopen risico op een slecht werkende lever, levercirrose (littekens op de lever) en leverkanker. Een enkele keer verwijdert het afweersysteem het virus na jaren alsnog spontaan uit het lichaam.
Onderzoek
Om vast te stellen of je met het hepatitis-B-virus besmet bent en of daar nog problemen uit kunnen voortkomen, wordt bloedonderzoek en zo nodig lichamelijk onderzoek gedaan.
Behandeling
Tegen acute hepatitis-B bestaan nog geen geneesmiddelen. De ziekte moet vanzelf overgaan. Dat kan maanden duren. Neem zoveel mogelijk rust, dat kan eventuele schadelijke gevolgen voorkomen. Gebruik geen alcohol en voedingsmiddelen die je slecht verdraagt (zoals vet en koffie). Vermijd medicijngebruik, tenzij op voorschrift van de arts. Als de hepatitis-B chronisch is, kan de arts een behandeling met medicijnen voorschrijven. Bij 45% van de personen verdwijnen dan de klachten.
Voorkomen
- Gratis vaccinatie bij de GGD.
- Vrij altijd veilig.
- Voorkom contact met bloed van anderen. Denk hierbij ook aan gemeenschappelijk gebruik van tandenborstels en scheerapparaten. Het hepatitis- B-virus kan lang buiten het lichaam overleven.
- Gebruik bij drugsgebruik schone, niet door anderen gebruikte spelden, naalden en attributen.
- Voorkom in (para)medische functie zoveel mogelijk je te prikken aan gebruikte naalden. Plaats daarom na gebruik nooit de naald terug in het hoesje. Gooi de naald en spuit in een daartoe bestemde container.
Het vaccin is goed en veilig en beschermt in ongeveer 95% van de gevallen. Aan vaccinatie zijn kosten verbonden. De vaccinatie bestaat standaard uit drie injecties. Ook is het mogelijk om antistof toe te dienen tegen hepatitis-B, nadat je aan het virus bent blootgesteld. Dat is alleen zinvol binnen 48 uur na een mogelijke infectie, zoals een prikongeluk of het knappen van een condoom. Baby's van moeders met hepatitis-B krijgen meteen na de geboorte antistoffen toegediend. Vervolgens krijgen ze tegelijk met de dktp-prik een volledige inenting tegen hepatitis-B. Als bekend is dat de vader drager is van het hepatitis-Bvirus, wordt door de baby eveneens een volledige vaccinatie aangeraden. Toedienen van antistoffen na de geboorte is dan niet nodig.
Seksuele partner(s)
Als je het hepatitis-B-virus bij je draagt, kun dit doorgeven aan je seksuele partner(s). De vaste (seks) partner wordt gevaccineerd. De vaccinatie wordt voor partners, gezinsleden en huisgenoten door het ziekenfonds vergoed. Maximaal een half jaar na mogelijke blootstelling aan hepatitis-B kan pas definitief worden vastgesteld of je bent geïnfecteerd. Gebruik gedurende dit half jaar altijd een condoom, ook bij het pijpen. Gebruik bij het beffen een beflapje of opengeknipt condoom. Normaal sociaal contact, zoals een hand geven, brengt geen risico met zich mee. Zoenen is ook veilig, tenzij één van de partners een wondje in of rond de mond heeft of een koortslip. Als blijkt dat je hepatitis-B hebt, bespreek dan met de arts of sociaal verpleegkundige of je jouw seksuele partner(s) van het laatste half jaar moet waarschuwen.
Voor meer informatie over onder andere hygiënemaatregelen en behandeling bij hepatitis kun je bellen met het Nationaal Hepatitis Centrum, telefoon: 033 - 422 0988.
Bij deze soa heb je zweertjes of vlekjes op de penis, vagina, anus of mond. Als je je niet laat behandelen, kan dat ernstige gevolgen hebben.
Op tijd bij zijn
De bacterie kan zich later via het bloed door het gehele lichaam verspreiden. Gelukkig is syfilis goed te genezen, als je er op tijd bij bent.
Waarschuwen
Als je syfilis hebt is het belangrijk om iedereen te waarschuwen waarmee je seks hebt gehad. Dan kunnen zij zich ook laten onderzoeken en behandelen. Als je met hiv bent geïnfecteerd zijn de klachten van syfilis ernstiger.
Syfilis is een ernstige soa (seksueel overdraagbare aandoening). Als je er op tijd bij bent is het goed te genezen. De ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie. Die nestelt zich in eerste instantie in de vagina, de penis of de anus en soms in de mond. Waar de infectie zit, is afhankelijk van de manier waarop je hebt gevreeën. De bacterie kan zich later via het bloed door het gehele lichaam verspreiden.
Verschijnselen bij mannen en vrouwen
Twee tot twaalf weken na infectie met syfilis ontstaan op de plaats, waar je geïnfecteerd bent, één of meer zweertjes. Dit kan op of in de penis, vagina, anus of mond zijn. Het zweertje kan ongeveer een centimeter groot worden, voelt hard aan en doet meestal geen pijn. Het zweertje is soms moeilijk te zien, omdat het in de vagina of in de anus kan zitten. De lymfeklieren in de buurt van het zweertje zijn opgezet. Ook zonder behandeling verdwijnt het zweertje vanzelf binnen twee à drie weken. De ziekte is echter niet weg. Enkele weken tot maanden later treedt het tweede stadium van de ziekte in. De bacterie is dan via de bloedbaan door het hele lichaam verspreid.
Je kunt dan de volgende verschijnselen krijgen:
- vlekjes op de huid over het hele lichaam, vooral op de handpalmen en voetzolen. Ook deze vlekjes zijn niet altijd duidelijk zichtbaar en verdwijnen vanzelf. De ziekte verdwijnt echter niet
- grieperig gevoel: hoofdpijn, keelpijn, moeheid, temperatuurverhoging
- haaruitval, waardoor kale plekken op het hoofd ontstaan
- oogklachten met oogbolontsteking en gezichtsverlies
- een soort wratjes in de buurt van de geslachtsdelen of de anus
Mogelijke gevolgen bij mannen en vrouwen
Als je tijdens de eerste twee stadia van syfilis niet bent behandeld, kom je in het 'zogenaamde' sluimerstadium. De bacteriën zijn nog steeds in het lichaam aanwezig zonder dat je er iets van hoeft te merken. Het eerste jaar en mogelijk ook het tweede jaar kan je de ziekte wel doorgeven aan anderen. In dit stadium is de ziekte alleen met bloedonderzoek aan te tonen. Later, vaak na jaren, kunnen verschillende organen beschadigd raken: het hart en de aorta (vaatverandering), de hersenen (geestelijke achteruitgang), het ruggenmerg (waardoor verlammingsverschijnselen kunnen optreden) en de botten (ontsteking). Iemand kan dan pas ontdekken ooit besmet te zijn geraakt zonder dat er eerder duidelijke tekenen van besmetting waren. Dat risico is nu kleiner dan toen er nog geen goede antibiotica waren, omdat veel mensen wel eens een antibioticum kuur krijgen (voor iets anders dan syfilis), waardoor ook (bij toeval) de syfilis bacterie gedood wordt.
Onderzoek
Om syfilis aan te tonen neemt de verpleegkundige bloed af en maakt eventueel een uitstrijkje van het vocht uit het zweertje. De arts zal in overleg met jou in principe ook een bloedtest aanvragen op een eventuele hiv-infectie (de veroorzaker van hiv). Meestal moet je ongeveer een week wachten op de uitslag. Het kan zijn dat het eerste bloedonderzoek geen afwijkingen aantoont en dat je moet terugkomen voor een tweede onderzoek. Uiterlijk drie maanden na onveilig seksueel contact kan met zekerheid worden uitgesloten of je geïnfecteerd bent. Bij de eerste zwangerschapscontrole wordt het bloed op syfilis onderzocht. Een syfilisinfectie kan namelijk tijdens de zwangerschap via de placenta worden overgedragen op het ongeboren kind. Als de infectie snel behandeld wordt, kan dat worden voorkomen.
Behandeling
De behandeling bestaat uit enkele penicilline-injecties. Na de eerste injectie(s) kan er een grieperige reactie optreden veroorzaakt door het dood gaan van de syfilis-bacteriën. Na de laatste injectie moet je nog enkele keren gedurende 1-2 jaar terugkomen voor bloedonderzoek en controle van eventuele klachten. Deze nacontroles zijn erg belangrijk, zeker bij hiv-geïnfecteerde personen. Als je alle benodigde injecties hebt gehad, kun je een ander niet meer infecteren. Pas dan is seksueel contact weer zonder risico. Tijdens de behandeling is het beter om geen seks te hebben. Zo voorkom je, dat jij en je partner elkaar over en weer blijven besmetten. Als je toch wilt vrijen, gebruik dan een condoom.
Het is belangrijk om na te gaan met wie je sinds de infectie seksueel contact hebt gehad. Als de infectie in het sluimerstadium is en er waren vooraf geen duidelijke klachten, is het in ieder geval van belang dat je eventuele vaste partner en eventueel ook je kinderen worden onderzocht.
Aids is een ernstige ziekte die niet te genezen is. Hiv is het virus dat aids kan veroorzaken. Het wordt daarom ook wel het aidsvirus genoemd. Sinds de ontdekking van dit virus in 1981 zijn wereldwijd miljoenen mensen gestorven aan aids.
Hiv is een seksueel overdraagbare aandoening en kan ook via bloed worden overgedragen. Hiv en aids zijn tot op heden niet te genezen. Wel bestaan er behandelingen met hiv-remmers. Deze zijn in veel gevallen in staat om de ziekte aids te voorkomen of uit te stellen. Overdracht van hiv is wel te voorkomen.
Aids staat voor Acquired Immune Deficiency Syndrome, ofwel Verworven Immuun Deficiëntie Syndroom. Dit betekent dat het afweersysteem van de mens niet meer goed functioneert. Het afweersysteem houdt normaal gesproken infecties tegen.
Bij een infectie met een virus maakt je lichaam antistoffen aan, die de indringer om zeep helpen. Maar het aidsvirus is zo hardnekkig dat het lichaam daar niet in slaagt. Het taaie virus doet vervolgens zijn verwoestende werk en breekt het afweersysteem af. Gevolg: infecties. Als iemand daar heel veel last van krijgt, dan krijgt hij de diagnose aids. Aids wordt veroorzaakt door een virus: hiv. Hiv staat voor Humaan Immunodeficiëntie Virus, ook wel aidsvirus genoemd. Er bestaan verschillende soorten hiv. Het virus breekt het afweersysteem af. Het lichaam wordt daardoor vatbaar voor allerlei infecties en bepaalde vormen van kanker, waartegen het anders wèl bestand zou zijn.
Iemand die geïnfecteerd is met hiv, wordt seropositief genoemd. Het is niet aan iemand te zien dat hij/zij een hiv-infectie heeft. Als je seropositief bent, hoef je niet ziek te zijn. Het kan wel tien jaar duren voordat je ernstige klachten krijgt. Als je met hiv bent geïnfecteerd, kan je het virus wel doorgeven aan anderen. Pas als het afweersysteem door het virus is aangetast en zich bepaalde verschijnselen voordoen, kan een arts vaststellen dat je aids hebt. Hiv is een virus dat het afweersysteem aantast. Hierdoor kan je lichaam zich steeds minder goed verweren tegen allerlei ziektes. Pas als het virus je lichaam ernstig heeft aangetast, krijg je meestal ernstige klachten en kan de dokter vaststellen dat je aids hebt. Aids is een ongeneeslijke ziekte. Er bestaat geen geneesmiddel tegen. Wel zijn er medicijnen waarmee je hiv kunt afremmen en zo kunt voorkomen of uitstellen dat je aids krijgt. Aids wordt veroorzaakt door een virus: hiv. Hiv staat voor Humaan Immunodeficiëntie Virus, ook wel aids-virus genoemd. Er bestaan verschillende soorten hiv. Het virus breekt het afweersysteem af. Het lichaam wordt daardoor vatbaar voor allerlei infecties en bepaalde vormen van kanker, waartegen het anders wèl bestand zou zijn.
Seropositief
Een hiv-test kan aantonen of iemand antistoffen tegen hiv in het bloed heeft. Deze persoon is dan hiv-geïnfecteerd, ook wel seropositief genoemd. Iemand die seropositief is, hoeft niet ziek te zijn. Op het moment dat zo iemand bepaalde ziekten krijgt, kan een arts vaststellen dat iemand aids heeft.
Wanneer krijg je klachten?
Hoe lang het duurt voordat er klachten verschijnen, is heel wisselend. Het kan na twee jaar zijn, maar ook langer dan tien jaar duren. Dat is afhankelijk van de leeftijd waarop men de infectie oploopt. Daarnaast spelen ook erfelijke factoren een rol en mogelijk het soort virus waarmee men geïnfecteerd wordt.
Combinatietherapie
Sinds 1996 zijn er nieuwe medicijnen beschikbaar, die in bepaalde combinaties de vermenigvuldiging van het hiv in het lichaam remmen (cominatietherapie). Daardoor kunnen mensen met hiv langer ziektevrij blijven en langer leven. De behandeling is zwaar en mensen genezen niet, maar toch kan gesproken worden van aanzienlijke vooruitgang.
Bij schaamluis heb je jeuk in je schaamhaar en op andere plekken op je lichaam. Je kunt de schaamluis met het blote oog in je schaamhaar zien lopen.
Hoe loop je het op
Schaamluis kun je oplopen via seksueel contact, maar ook door gezamenlijk gebruik van kleding, slaapzakken of dicht tegen elkaar aan liggen.
Zelf behandelen
Schaamluis kun je zelf vaststellen en behandelen. Schaamluis kun je bestrijden met een middel tegen luis. Dit is te koop bij de apotheek.
Schaamluis is een vervelende, maar ongevaarlijke aandoening die meestal tijdens seksueel contact wordt overgebracht. Het wordt veroorzaakt door kleine luisjes, die leven op alle behaarde delen van het menselijk lichaam, behalve in het hoofdhaar.
Verschijnselen bij mannen en vrouwen
Ongeveer twee weken na het seksuele contact met iemand die schaamluis heeft, kun je last krijgen van jeuk in het schaamhaar. De jeuk wordt veroorzaakt door luisjes. Meestal zitten de beestjes op het haar rond de geslachtsdelen en de anus. Maar soms ook in het okselhaar, borsthaar of haar op de dijen of rondom de navel. Zelfs in wimpers en wenkbrauwen! De luisjes leven van het bloed van mensen. Ze laten rode of bruine ontlasting vallen. Deze plekjes zie je in je ondergoed. De huis kan rood en geïrriteerd raken. Krabben tegen de jeuk helpt niet. Bovendien kan krabben infecties tot gevolg hebben.
Onderzoek
Schaamluis kun je zelf vaststellen: aan de schaamharen kun je puntjes zien zitten. Dit zijn de eitjes (neten) of de luisjes zelf. Een vergrootglas kan handig zijn bij het onderzoek. Als je twijfelt, laat er dan een arts naar kijken. Als je schaamluis hebt opgelopen door seksueel contact, kun je ook een andere soa hebben. Daarom is het verstandig om hoe dan ook even naar de huisarts te gaan en te overleggen over onderzoek op soa.
Behandeling
Wassen met water en gewone zeep of shampoo helpt niet tegen schaamluis. Ga naar de huisarts of koop bij de drogist of apotheek een middel tegen luis, bijvoorbeeld Loxazol lotion of crème of Prioderm lotion. Lees voor het gebruik goed de gebruiksaanwijzing en herhaal de behandeling na een week. Daarna is het zeker dat alle eitjes en luisjes door zijn. Was de kleren die je vóór de behandeling aan had op minimaal 60º Celsius. Was ook het beddengoed, zodat de eitjes doodgaan. Laat matras en kussen luchten.
Om te voorkomen dat je opnieuw schaamluis krijgt, is het belangrijk dat degene(n) met wie je de laatste tijd veilig of onveilig hebt gevreeën, zich ook laat behandelen. Ook als er (nog) geen klachten zijn.
Bacteriële vaginose technisch gezien is geen soa (seksueel overdraagbare aandoening), maar berust op een verstoring van het bacteriële evenwicht in de vagina. Onder gewone omstandigheden is de zuurgraad in de vagina in balans.
De meeste ziektekiemen kunnen in dat evenwicht niet leven. Bepaalde situaties kunnen het evenwicht verstoren. Bijvoorbeeld het wassen van de vagina met zeep of het te lang inhouden van een tampon. Door de verstoring van het evenwicht ontstaat een minder zuur milieu, waarin bepaalde bacteriën de kans krijgen om overmatig te groeien.
Verschijnselen bij de vrouw
Bacteriële vaginose geeft grijswitte afscheiding uit de vagina. De afscheiding ruikt zurig en kan zelfs een vislucht hebben. De hoeveelheid afscheiding is wisselend, soms veel, bij periodes ook weinig. Als de afscheiding met sperma in aanraking komt, wordt de geur nog sterker. Soms heb je last van jeuk en vaginale ' windjes'. Het komt voor dat de klachten plotseling optreden. Je kunt bacteriële vaginose hebben zonder dat je er last van hebt
Verschijnselen bij de man
Als man kun je geïnfecteerd raken met bepaalde bacteriën, die bij vrouwen met bacteriële vaginose overmatig zijn gaan groeien. Meestal geeft dat echter geen klachten.
Onderzoek
Het vaststellen van bacteriële vaginose gebeurt door de zuurgraad van de vaginale afscheiding te bepalen, een geurtest te doen en de afscheiding onder de microscoop te bekijken.
Behandeling
Alleen als bacteriële vaginose klachten geeft, is behandeling noodzakelijk. De aandoening is goed te behandelen met een korte medicijnkuur. Van de medicijnen kun je misselijk worden. Alleen als de klachten blijven terugkomen, wordt de partner ook behandeld. Tijdens de kuur mag je geen alcohol drinken. Vrouwen kunnen deze aandoening aan elkaar doorgeven. Daarom moet(en) de vrouwelijke partner(s) zich ook laten onderzoeken. Tijdens de behandeling is het beter om geen seks te hebben. Zo geef je het lichaam de gelegenheid om te herstellen.
Candida is geen soa (seksueel overdraagbare aandoening), maar berust op overgroei van een op zich onschuldig gist. Veel mensen dragen die bij zich zonder het te merken. Onder bepaalde omstandigheden kunnen door toename van de hoeveelheid gist echter op klachten ontstaan. Vooral vrouwen kunnen daar last van hebben.
Overgroei van de gist kan bijvoorbeeld ontstaan als de weerstand vermindert door bepaalde medicijnen (bijv. prednison) of , bij suikerziekte of bij gebruik van bepaalde antibiotica. Candida wordt vaak 'schimmelinfectie' genoemd. Een candida ontstaat vrijwel nooit door seksueel contact. Je kunt de gist wel bij seksueel contact doorgeven. Candida is niet ernstig en is meestal goed te behandelen. Het kan wel vervelend zijn (jeuk) en (vaak) terugkomen. Candida overgroei kan optreden op de slijmvliezen van de geslachtsorganen, de mond en de endeldarm en op de huid, met name in huidplooien ('smetten').
Verschijnselen bij mannen en vrouwen
Vaak geeft candida geen klachten. Vooral mannen hebben meestal geen klachten. Als vrouw kun je bij overgroei van candida meer vaginale afscheiding dan normaal hebben. Deze afscheiding kan eruit zien als dikke, korrelige kwark. Rond de schede kan het rood worden en er ontstaat vaak heftige jeuk. Bij de man kan de eikel van de penis er rood en schilferig uitzien.
Onderzoek
Om een candida aan te tonen, kan de arts een uitstrijkje maken en/of een kweek inzetten. Vaginale afscheiding wordt meestal direct onder de microscoop onderzocht.
Behandeling
Een candida is goed te behandelen. In sommige gevallen is candida echter hardnekkig en steekt steeds opnieuw de kop op. Behandeling is alleen nodig als er klachten zijn. Meestal wordt een crème voorgeschreven voor in de vagina of op de penis. Vrouwen kunnen ook vaginaal tabletten gebruiken. Soms worden capsules om in te nemen voorgeschreven. Zeep kan de zuurgraad van de vagina nadelig beïnvloeden. Er kan dan gemakkelijker overgroei van candida ontstaan. Daarom kun je de vagina beter alleen met water wassen. Om een infectie te voorkomen of een beginnende infectie terug te dringen, kun je Lactacyd gebruiken. Dit middel is te koop bij de drogist. Behandeling van de partner(s) is alleen noodzakelijk als die ook klachten heeft (hebben). Tijdens de behandeling is het beter om geen seks te hebben. Zo geef je het lichaam gelegenheid te herstellen.
Schurft wordt veroorzaakt door de schurftmijt, een klein beestje, dat onder een microscoop goed te zien is. De vrouwtjes graven gangetjes in de huid en leggen daar hun eitjes. Deze komen na drie tot vier dagen uit.
Schurft veroorzaakt jeuk, die heel vervelend kan zijn. Het is niet ernstig. De ziekte wordt meestal door intiem lichamelijk contact overgebracht. Je kunt het krijgen bij het vrijen, maar ook door in een bed te slapen van iemand, die schurft heeft of door diens kleren te dragen.
Verschijnselen bij mannen en vrouwen
Ongeveer drie weken nadat je geïnfecteerd bent, ontstaat jeuk over het hele lichaam. De gangetjes zijn vooral op de pols, tussen de vingers, in de knieholten en onder de borsten te zien. Op de geslachtsorganen kunnen kleine roodpaarse bultjes ontstaan. Krabben helpt niet en je kunt er de huid mee beschadigen.
Onderzoek
De arts onderzoekt of je echt schurft hebt door te zoeken naar de schurftmijt. Afhankelijk van de manier waarop je schurft hebt opgelopen, kan het nodig zijn, dat de arts je onderzoekt op andere soa.
Behandeling
De arts schrijft een smeersel, crème of gel voor. Lees altijd de gebruiksaanwijzing en volg deze goed op. Je moet het smeersel na het douchen op het hele lichaam (behalve het hoofd) smeren, inclusief handen en voeten. Het moet acht tot twaalf uur blijven zitten (één nacht). Soms wordt de behandeling herhaald om er zeker van te zijn, dat de gehele huid is behandeld. Ook dode schurftmijten kunnen gedurende enige tijd na behandeling nog overgevoeligheidsreacties van de huid geven en jeuk veroorzaken. De jeuk kan daarom na de behandeling nog enige weken aanhouden, maar is meestal direct na de behandeling al een stuk minder. Om te voorkomen dat de schurft terugkeert, moet je kleren en beddengoed goed wassen op minimaal 60° Celsius of alles (met name de niet wasbare zaken) gedurende minimaal 2-3 dagen (48-72 uur) opbergen in één of meer dichtgebonden plastic vuilniszakken. Matrassen en kussens moet je luchten. Het is belangrijk dat je partner(s) en eventueel anderen met wie je het bed of de kleren deelt, zich ook laat (laten) behandelen. Zelfs als zij geen klachten hebben, kunnen zij toch besmet zijn. Ook hun beddengoed, handdoeken en kleren moeten worden gewassen.
Wil je meer weten?
De Aids Soa Infolijn is 24 uur per dag bereikbaar en kost 10 eurocent per minuut
![]()

