Procedure
In grote lijnen bestaat een het onderzoek uit een vijftal onderdelen. Lees hieronder hoe het precies gaat en/of bekijk de animatie hiernaast.
Als je denkt dat je een soa en/of hiv hebt opgelopen is het doen van een soa-onderzoek en hiv-test, de enige manier om zekerheid te krijgen. De hiv-test is geen vanzelfsprekend onderdeel van het soa-onderzoek. Je hebt drie keuzes. Je kunt kiezen voor; een soa-onderzoek inclusief hiv-test, een soa-onderzoek exclusief hiv-test of alleen een hiv-test. We bespreken hier het soa-onderzoek, daarna behandelen we de hiv-test als apart onderdeel. Tenslotte noemen we de verschillen tussen een soa-onderzoek mét en een soa-onderzoek zonder hiv test.
Een standaard soa-onderzoek bestaat uit een onderzoek naar: Chlamydia, gonorroe en syfilis. Verder wordt vaccinatie tegen hepatitis B besproken. Een standaard soa-onderzoek wordt afgenomen bij mensen met een hoog risico. Wanneer het risico minder groot is, of als er duidelijke symptomen zijn, kan het onderzoek gerichter worden uitgevoerd. Dat kan inhouden dat alleen een Chlamydia-onderzoek nodig is. Een hiv-test zal, bij een gering risico, in de meeste gevallen niet worden geadviseerd.
Hoe zo'n onderzoek precies verloopt kan in details verschillen. Het is afhankelijk van de plaats waar je jezelf laat onderzoeken en van de risico's die je hebt gelopen.
Gesprek
Het onderzoek begint met een gesprek. De arts of verpleegkundige stelt je een aantal vragen. Die vragen gaan over de eventuele klachten, over de manier waarop je de laatste tijd hebt gevreeën. Op basis van de antwoorden die je geeft op die vragen, wordt het lichamelijk onderzoek gedaan.
Voor dat lichamelijke onderzoek begint krijg je uitleg. Over wat er precies wordt onderzocht en over de manier waarop je de uitslag van het soa-onderzoek krijgt.
Het onderzoek
Om te weten of je een soa hebt en zo ja welke, moet er lichamelijk onderzoek worden gedaan. Dat lichamelijk onderzoek bestaat uit een aantal onderdelen. Allereerst zal de arts of verpleegkundige je onderzoeken door te kijken of er symptomen van soa te zien zijn. Er wordt dan gekeken naar bijvoorbeeld afscheiding of huidafwijkingen. Daarna zal er, afhankelijk van de risico's die je hebt gelopen, op verschillende manieren en plaatsen 'materiaal' verzameld worden. Daarvoor kan het nodig zijn dat er een paar uitstrijkjes worden genomen, dat je wat urine moet opvangen en voor sommige soa is het noodzakelijk dat er bloed bij je wordt afgenomen.
Urine-onderzoek
Met nieuwe laboratoriumtechnieken, kan steeds meer onderzoek op soa worden gedaan aan de hand van urine. De arts bekijkt het liefst je eerste (ochtend)urine. Onderzoek op chlamydia aan de hand van urine, is met de nieuwe technieken voor mannen net zo betrouwbaar als een uitstrijkje. Bij vrouwen is het urineonderzoek iets minder betrouwbaar.
Lichamelijk onderzoek: uitstrijkjes
Een uitstrijkje wordt gemaakt uit de penis, de vagina, de anus (bij anale seks) of de keel (bij orale seks).
Bij vrouwen wordt vocht van het slijmvlies van de baarmoedermond afgenomen. (Dit is een ander uitstrijkje dan het uitstrijkje op baarmoederhalskanker). Dat gebeurt met een metalen instrument: de eendenbek. De arts of verpleegkundige kan hiermee het slijmvlies van de baarmoedermond bereiken en de vagina bekijken.
Bij mannen wordt alleen een uitstrijkje uit de plasbuis genomen als je afscheiding hebt of pijn bij het plassen. Dat uitstrijkje wordt onderzocht op gonorroe. De manier waarop het uitstrijkje voor gonorroe wordt afgenomen is niet pijnlijk. Voor Chlamydia moest in het verleden altijd een dieper uitstrijkje uit de plasbuis worden genomen. Dat uitstrijkje was pijnlijk en voor veel mannen een nare ervaring. Daarom is het belangrijk om te weten dat dit nare onderzoek tegenwoordig niet meer nodig is. Voor het onderzoek op chlamydia is, dankzij een nieuwe laboratoriumtest, een kleine hoeveelheid urine voldoende.
Helaas werken nog niet alle soapoli volgens de nieuwe richtlijnen. Als je echt bang bent voor zo'n uitstrijkje, vraag dan vooraf hoe je op Chlamydia zal worden onderzocht.
Een uitstrijkje uit de anus gebeurt, bij zowel mannen als vrouwen, met een instrument dat een klein stukje in de anus wordt aangebracht (de proctoscoop). Met het instrument wordt een afstrijkje afgenomen uit de anus en wordt de anus van binnen bekeken.
Herpes genitalis en genitale wratten zijn duidelijk aantoonbaar als de ziekte actief is, dus als er blaasjes/erosies of wratten op of rond de geslachtsdelen zitten. De arts kan de diagnose stellen door de wratten of blaasjes/erosies goed te bekijken. Als er sprake is van blaasjes of erosies op of rond de geslachtsdelen, kan de arts daaruit materiaal afnemen, om na te gaan of je herpes hebt.
Als er geen klachten of symptomen zijn die op herpes wijzen geeft een routine soa-onderzoek dus geen uitsluitsel op de vraag of je 'drager' bent van het herpes virus.
Bloedonderzoek
Er wordt bloed afgenomen. Tijdens een routine onderzoek bij een soa-polikliniek wordt het bloed standaard onderzocht op aanwezigheid van syfilis en soms op hepatitis B. De hiv-test kan met hetzelfde bloed worden gedaan. Je moet voor een hiv-test vooraf toestemming geven.
Het verzamelde materiaal, uitstrijkjes, plas en bloed moet vervolgens onderzocht worden. Dat onderzoek gebeurt in een laboratorium. De huisarts of verpleegkundige doet dit dus niet zelf.
Het duurt gemiddeld één tot twee weken voordat je de uitslag van een soa-test of hiv-test krijgt. De uitslag van een standaard soa-onderzoek zal vaak telefonisch worden meegedeeld. Voor de uitslag van een hiv-test wordt aanbevolen om persoonlijk terug te komen. Zeker na een hiv-test wordt aanbevolen om persoonlijk terug te komen voor de uitslag. Een zogenaamde 'positieve' uitslag van een hiv-test betekent dat je seropositief bent. Dit heeft een grote weerslag op je leven en op dat van de mensen om je heen. Het is daarom prettig als iemand je begeleidt bij de hiv-test en de uitslag daarvan.
Bij een soa-test wordt kan de uitslag telefonisch worden medegedeeld.
Afhankelijk van de soa waarop je onderzocht bent heeft de arts een tot twee weken later alle uitslagen van het laboratorium. Dan kan je bellen voor de uitslag. Als je een soa hebt, krijg je een behandeling.
Als de uitslag van het soa-onderzoek of hiv-test aantoont dat je een soa of hiv-infectie hebt opgelopen krijg je een behandeling. De soorten behandeling lopen enorm uiteen. De ene soa is eenvoudig te verhelpen, maar voor een hiv-infectie bestaat zo'n genezend medicijn nog niet.
De soort behandeling die je krijgt is afhankelijk van de soa die gevonden is, vaak is dat een pillenkuur. De meeste soa zijn eenvoudig te genezen. Andere soa raak je nooit meer kwijt als je ze eenmaal hebt opgelopen. Soms kun je wel de klachten bestrijden, zoals bij herpes genitalis en genitale wratten. Omdat het virus in het lichaam aanwezig blijft, komen de verschijnselen soms terug. Dat gebeurt vaak als je weerstand vermindert, bijvoorbeeld omdat je gestresst bent of bij griep.
Er zijn geen medicijnen om hiv en aids te genezen.
Welke behandeling wordt voorgeschreven, verschilt per soa. Ook de duur van de behandeling is per soa verschillend. Meestal wordt afgeraden om tijdens de behandeling te vrijen. Je lichaam kan zich dan herstellen en je voorkomt dat je de soa aan je partner overdraagt. Als je toch wilt vrijen, gebruik dan een condoom. Om te voorkomen dat jij en je partner elkaar over en weer blijven besmetten, is het van belang dat je partner(s) zich ook laat (laten) behandelen. Als je onveilig vrijt kun je steeds opnieuw een soa oplopen.
Wil je meer weten?
De Aids Soa Infolijn is 24 uur per dag bereikbaar en kost 10 eurocent per minuut
![]()
